Wist u dat een stilzwijgende verlenging van een commerciële samenwerkingsovereenkomst kan leiden tot de nietigheid van de overeenkomst wanneer de precontractuele informatieplicht niet werd nageleefd? In een eerder artikel werd reeds ingegaan op het mogelijke einde van de stilzwijgende verlenging bij consumentencontracten. Een recente uitspraak van het Hof van Beroep te Antwerpen werpt nieuw licht op de stilzwijgende verlenging van commerciële samenwerkingsovereenkomsten, zoals franchise- of concessieovereenkomsten.
Feiten en context
In de zaak die aan het hof werd voorgelegd, ging het om een franchiseovereenkomst die na afloop van de initiële looptijd automatisch werd verlengd. De overeenkomst bevatte een clausule die voorzag in de stilzwijgende verlenging indien de overeenkomst niet drie maanden vooraf door een van de partijen werd opgezegd (hetgeen niet gebeurd was in deze zaak). De partijen ondertekenden geen nieuwe overeenkomst, maar zetten hun samenwerking gewoon verder onder dezelfde voorwaarden.
De franchisenemer riep achteraf in dat de hernieuwde overeenkomst nietig was omdat de franchisegever bij de verlenging niet de wettelijk vereiste precontractuele informatiedocumenten opnieuw aan de franchisenemer had bezorgd. Volgens de franchisegever was dat echter niet noodzakelijk, aangezien het om een stilzwijgende verlenging ging zonder inhoudelijke aanpassingen. Bovendien betoogde de franchisegever dat de franchisenemer het recht op nietigheid niet meer kon inroepen, omdat hij de overeenkomst had voortgezet (afstand van recht). Ook stelde de franchisegever dat het inroepen van de nietigheid na de beëindiging als rechtsmisbruik zou worden beschouwd.
Het Hof van Beroep volgde deze argumentatie van de franchisegever niet en oordeelde dat ook bij een stilzwijgende verlenging de precontractuele informatieverplichtingen uit Boek X van het Wetboek Economisch Recht van toepassing blijven. Daarnaast besloot het Hof dat de franchisenemer wel degelijk de nietigheid van de hernieuwde samenwerkingsovereenkomst kon inroepen, ondanks het voortzetten ervan. Ook het argument van rechtsmisbruik werd verworpen.
De precontractuele informatieplicht
De wet verplicht de persoon die het recht verleent aan de andere persoon (bv. franchisegever en concessiegever) om minstens één maand vóór het sluiten van de commerciële samenwerkingsovereenkomst de volgende documenten te bezorgen aan de verkrijger van het recht (vb. franchisenemer en concessienemer):
(1) een ontwerp van de overeenkomst,
(2) een precontractueel informatiedocument (“PID”)
Het hof van beroep hanteert een strikte lezing van de wet en oordeelde dat de precontractuele informatieverplichting conform art. X.29 WER bij elke hernieuwing moet worden nageleefd, zelfs wanneer:
-
de verlenging stilzwijgend gebeurt,
-
de voorwaarden van de overeenkomst ongewijzigd blijven,
-
de overeenkomsten een beperkt financieel belang heeft, en
-
de partijen reeds jarenlang samenwerken.
De sanctie bij niet-naleving
Indien de informatieplicht niet wordt nageleefd, riskeert de hernieuwde overeenkomst nietig te worden verklaard op verzoek van de persoon die het recht verkrijgt. De sanctie van nietigheid houdt in dat de overeenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan.
Het hof neemt in haar arrest een verregaande positie in
-
Het louter verder uitvoeren van de overeenkomst na de verlenging geldt niet als een stilzwijgende afstand van het recht om de nietigheid in te roepen.
-
Het inroepen van de nietigheid is nog mogelijk na de beëindiging van de commerciële samenwerking, zolang dit binnen de verjaringstermijn van 2 jaar wordt ingeroepen.
-
Het inroepen van de nietigheid wordt in principe niet als rechtsmisbruik beschouwd, zelfs niet indien dit pas wordt ingeroepen na de beëindiging van de samenwerking.
Conclusie
Het arrest van het hof van beroep toont aan dat de precontractuele informatieplicht geen loutere formaliteit is, maar een essentiële geldigheidsvoorwaarde, zelfs in het geval van een hernieuwing. Het niet naleven ervan kan verstrekkende gevolgen hebben voor commerciële samenwerking.
Met dit arrest komt het principe zelf van de stilzwijgende verlenging echter in het gedrang. Hoe kan er immers nog sprake zijn van “stilzwijgendheid”’, indien men verplicht is om een PID én een ontwerp van de overeenkomst voor te leggen, voorafgaand aan de verlenging?
Indien u vragen heeft over uw commerciële samenwerkingsovereenkomsten, aarzel dan niet om contact op te nemen met ons Commercial team.