COOKIES OP www.astrealaw.be

Astrea gebruikt cookies om er voor te zorgen dat bezoekers op de meest optimale manier gebruik kunnen maken van de toepassingen van deze website. Cookies kunnen ook gebruikt worden om bezoekersgedrag op anonieme wijze te meten en te analyseren en om de inhoud van de website te verbeteren. Bemerk dat indien u geen cookies wenst te aanvaarden, het mogelijk is dat bepaalde toepassingen op deze website door u niet of niet optimaal toegankelijk zijn.

Print Friendly and PDF NL | FR | EN | DE

WIJZIGING ONROERENDERFGOEDDECREET NAAR AANLEIDING VAN DE EX-POST EVALUATIE

25.10.2018

Op 27 augustus 2018 werd in het Belgisch Staatsblad het decreet houdende de wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 naar aanleiding van de ex-post evaluatie gepubliceerd dat werd aangenomen door het Vlaams parlement op 13 juli 2018.

Het onroerenderfgoeddecreet en het onroerenderfgoedbesluit traden grotendeels in werking op 1 januari 2015. In het regeerakkoord van de Vlaamse Regering van 2014-2019 werd opgenomen dat halverwege 2017 een evaluatie zou plaats vinden van de eerste resultaten van het decreet en de effecten ervan op het terrein, met het oog op eventuele bijsturingen.

Op 14 juli 2017 verleende de Vlaamse Regering vervolgens goedkeuring aan de conceptnota die met betrekking tot de evaluatie van de regelgeving inzake onroerend erfgoed werd opgemaakt. Met het voormeld decreet worden de wijzigingen aan het Onroerenderfgoeddecreet doorgevoerd die al dan niet werden aangekondigd in de conceptnota, alsook een aantal technische reparaties.

De belangrijkste wijzigingen: de beveiligde zending wordt beperkt tot die gevallen waar het noodzakelijk is dat de datum van kennisgeving onbetwistbaar vaststaat; de formulering van termijnen wordt afgestemd door consequent te kiezen voor een aanduiding van kalenderdagen; bij de definities is er de toevoeging van de definities ‘cultuurgoederen’ en ‘ingreep in de bodem’. Wat de instanties en actoren betreft, wordt de onroerenderfgoedregelgeving fusievriendelijk en flexibeler gemaakt voor het in- en uitstappen van gemeenten bij IOED’s.

Een belangrijke wijziging is het invoeren van twee types erkende archeologen, naargelang het gaat om archeologisch (voor)onderzoek zonder ingreep in de bodem (erkenning type 2) en archeologisch (voor)onderzoek met ingreep in de bodem (erkenning type 1). Bij de inventarissen is de belangrijkste wijziging dat voor het verwijderen uit een vastgestelde inventaris van een onroerend goed dat volledig gesloopt of verdwenen is, er geen openbaar onderzoek moet worden georganiseerd.

Het aantal vrijstellingen van archeologisch vooronderzoek wordt uitgebreid. Erkende onroerenderfgoedgemeenten kunnen gemotiveerde vrijstelling verlenen in een vijftal gevallen, die de commissie bekend zijn en eerder al werden opgesomd. Er komt een premie voor verplicht uit te voeren archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem. De berekening van de premie voor buitensporige opgravingskosten wordt verhoogd van 40 tot 80 procent.

In het hoofdstuk over beschermingen wordt een snelle procedure ingeschreven voor het wijzigen van een beschermingsbesluit tot definitieve bescherming in geval van de verplaatsing van een beschermd goed. Bovendien zal in de toekomst ook het advies van de zakelijkrechthouder bijkomend ingewonnen worden voorafgaand aan de voorlopige bescherming. De onroerenderfgoedrichtplannen zullen in de toekomst goedgekeurd worden door de minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed, waar dit nu door de Vlaamse Regering gebeurt.

Om de planlasten te verminderen, zal een goedgekeurd beheersplan enkel nog verplicht zijn bij premieaanvragen voor werelderfgoed, beschermde stads- en dorpsgezichten, landschappen en archeologische sites, alsook voor meerjarige subsidieovereenkomsten. De mogelijkheid tot het verkrijgen van een onderzoekspremie voor de opmaak van een beheersplan wordt tevens geschrapt.

Tot slot zal bij de voorafnames omwille van de hoogdringendheid worden opgenomen dat de werken binnen het jaar na de toekenning moeten worden aangevat. Als dat niet gebeurt wordt het dossier opnieuw op de wachtlijst geplaatst.

Het voorstel zoals opgenomen in de conceptnota om het oppervlaktecriteria buiten archeologische zones te verruimen van 3000 m² naar 5000 m² werd niet doorgevoerd.

WIJZIGING ONROERENDERFGOEDDECREET NAAR AANLEIDING VAN DE EX-POST EVALUATIE

Op 27 augustus 2018 werd in het Belgisch Staatsblad het decreet houdende de wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 naar aanleiding van de ex-post evaluatie gepubliceerd dat werd aangenomen door het Vlaams parlement op 13 juli 2018.

Het onroerenderfgoeddecreet en het onroerenderfgoedbesluit traden grotendeels in werking op 1 januari 2015. In het regeerakkoord van de Vlaamse Regering van 2014-2019 werd opgenomen dat halverwege 2017 een evaluatie zou plaats vinden van de eerste resultaten van het decreet en de effecten ervan op het terrein, met het oog op eventuele bijsturingen.

Op 14 juli 2017 verleende de Vlaamse Regering vervolgens goedkeuring aan de conceptnota die met betrekking tot de evaluatie van de regelgeving inzake onroerend erfgoed werd opgemaakt. Met het voormeld decreet worden de wijzigingen aan het Onroerenderfgoeddecreet doorgevoerd die al dan niet werden aangekondigd in de conceptnota, alsook een aantal technische reparaties.

De belangrijkste wijzigingen: de beveiligde zending wordt beperkt tot die gevallen waar het noodzakelijk is dat de datum van kennisgeving onbetwistbaar vaststaat; de formulering van termijnen wordt afgestemd door consequent te kiezen voor een aanduiding van kalenderdagen; bij de definities is er de toevoeging van de definities ‘cultuurgoederen’ en ‘ingreep in de bodem’. Wat de instanties en actoren betreft, wordt de onroerenderfgoedregelgeving fusievriendelijk en flexibeler gemaakt voor het in- en uitstappen van gemeenten bij IOED’s.

Een belangrijke wijziging is het invoeren van twee types erkende archeologen, naargelang het gaat om archeologisch (voor)onderzoek zonder ingreep in de bodem (erkenning type 2) en archeologisch (voor)onderzoek met ingreep in de bodem (erkenning type 1). Bij de inventarissen is de belangrijkste wijziging dat voor het verwijderen uit een vastgestelde inventaris van een onroerend goed dat volledig gesloopt of verdwenen is, er geen openbaar onderzoek moet worden georganiseerd.

Het aantal vrijstellingen van archeologisch vooronderzoek wordt uitgebreid. Erkende onroerenderfgoedgemeenten kunnen gemotiveerde vrijstelling verlenen in een vijftal gevallen, die de commissie bekend zijn en eerder al werden opgesomd. Er komt een premie voor verplicht uit te voeren archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem. De berekening van de premie voor buitensporige opgravingskosten wordt verhoogd van 40 tot 80 procent.

In het hoofdstuk over beschermingen wordt een snelle procedure ingeschreven voor het wijzigen van een beschermingsbesluit tot definitieve bescherming in geval van de verplaatsing van een beschermd goed. Bovendien zal in de toekomst ook het advies van de zakelijkrechthouder bijkomend ingewonnen worden voorafgaand aan de voorlopige bescherming. De onroerenderfgoedrichtplannen zullen in de toekomst goedgekeurd worden door de minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed, waar dit nu door de Vlaamse Regering gebeurt.

Om de planlasten te verminderen, zal een goedgekeurd beheersplan enkel nog verplicht zijn bij premieaanvragen voor werelderfgoed, beschermde stads- en dorpsgezichten, landschappen en archeologische sites, alsook voor meerjarige subsidieovereenkomsten. De mogelijkheid tot het verkrijgen van een onderzoekspremie voor de opmaak van een beheersplan wordt tevens geschrapt.

Tot slot zal bij de voorafnames omwille van de hoogdringendheid worden opgenomen dat de werken binnen het jaar na de toekenning moeten worden aangevat. Als dat niet gebeurt wordt het dossier opnieuw op de wachtlijst geplaatst.

Het voorstel zoals opgenomen in de conceptnota om het oppervlaktecriteria buiten archeologische zones te verruimen van 3000 m² naar 5000 m² werd niet doorgevoerd.