COOKIES OP www.astrealaw.be

Astrea gebruikt cookies om er voor te zorgen dat bezoekers op de meest optimale manier gebruik kunnen maken van de toepassingen van deze website. Cookies kunnen ook gebruikt worden om bezoekersgedrag op anonieme wijze te meten en te analyseren en om de inhoud van de website te verbeteren. Bemerk dat indien u geen cookies wenst te aanvaarden, het mogelijk is dat bepaalde toepassingen op deze website door u niet of niet optimaal toegankelijk zijn.

Print Friendly and PDF NL | FR | EN | DE

GRONDWETTELIJK HOF VERNIETIGT BEZWAARVEREISTE TIJDENS OPENBAAR ONDERZOEK

15.3.2019

Op 8 december 2017 werd een wijziging aan het Omgevingsvergunningsdecreet doorgevoerd, die buurtbewoners of andere belanghebbenden noopten tot een verscherpte waakzaamheid voor wat betreft vergunningsaanvragen in hun buurt. Indien tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaar werd ingediend tegen het aangevraagde project, werd aan derden de mogelijkheid ontzegd om een beroep aan te tekenen tegen de vergunningsbeslissing. Het ingediend hebben van een bezwaar werd zo een bijkomende ontvankelijkheidsvereiste om te kunnen doorstoten tot de administratieve beroepsoverheid en de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Het Grondwettelijk Hof vernietigt in een arrest van gisteren 14 maart 2019 deze wijziging.

Het Hof benadrukt het duidelijke verschil tussen het moment van het openbaar onderzoek, waarbij het betrokken publiek nog geen kennis heeft van de beoordeling van de vergunningsaanvraag door de vergunningverlenende overheid of de adviesverlenende instanties, en de fase van het administratief/jurisdictioneel beroep, waarbij dat wel het geval is. Het is in het omgevingsrecht van essentieel belang dat, zowel aan de aanvrager, als aan het betrokken publiek, niet de dienst wordt ontzegd die een gespecialiseerde overheid kan bieden om de situatie concreet te beoordelen.

Het Grondwettelijk Hof oordeelt bijgevolg dat diegenen die pas bij de bekendmaking van de vergunningsbeslissing gewezen worden op de nadelige gevolgen van de vergunning, nog de mogelijkheid moeten kunnen hebben om zich te wenden tot de administratieve beroepsoverheid en de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Het principieel recht op toegang tot de rechter is een grondrecht dat aan eenieder moet gewaarborgd worden.

De bijkomende ontvankelijkheidsvereiste wordt geacht nooit te hebben bestaan.

Indien U meer toelichting wenst bij de mogelijke impact van dit arrest op een voor u lopende zaak, aarzel dan niet om ons kantoor te contacteren.

GRONDWETTELIJK HOF VERNIETIGT BEZWAARVEREISTE TIJDENS OPENBAAR ONDERZOEK

Op 8 december 2017 werd een wijziging aan het Omgevingsvergunningsdecreet doorgevoerd, die buurtbewoners of andere belanghebbenden noopten tot een verscherpte waakzaamheid voor wat betreft vergunningsaanvragen in hun buurt. Indien tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaar werd ingediend tegen het aangevraagde project, werd aan derden de mogelijkheid ontzegd om een beroep aan te tekenen tegen de vergunningsbeslissing. Het ingediend hebben van een bezwaar werd zo een bijkomende ontvankelijkheidsvereiste om te kunnen doorstoten tot de administratieve beroepsoverheid en de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Het Grondwettelijk Hof vernietigt in een arrest van gisteren 14 maart 2019 deze wijziging.

Het Hof benadrukt het duidelijke verschil tussen het moment van het openbaar onderzoek, waarbij het betrokken publiek nog geen kennis heeft van de beoordeling van de vergunningsaanvraag door de vergunningverlenende overheid of de adviesverlenende instanties, en de fase van het administratief/jurisdictioneel beroep, waarbij dat wel het geval is. Het is in het omgevingsrecht van essentieel belang dat, zowel aan de aanvrager, als aan het betrokken publiek, niet de dienst wordt ontzegd die een gespecialiseerde overheid kan bieden om de situatie concreet te beoordelen.

Het Grondwettelijk Hof oordeelt bijgevolg dat diegenen die pas bij de bekendmaking van de vergunningsbeslissing gewezen worden op de nadelige gevolgen van de vergunning, nog de mogelijkheid moeten kunnen hebben om zich te wenden tot de administratieve beroepsoverheid en de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Het principieel recht op toegang tot de rechter is een grondrecht dat aan eenieder moet gewaarborgd worden.

De bijkomende ontvankelijkheidsvereiste wordt geacht nooit te hebben bestaan.

Indien U meer toelichting wenst bij de mogelijke impact van dit arrest op een voor u lopende zaak, aarzel dan niet om ons kantoor te contacteren.