COOKIES OP www.astrealaw.be

Astrea gebruikt cookies om er voor te zorgen dat bezoekers op de meest optimale manier gebruik kunnen maken van de toepassingen van deze website. Cookies kunnen ook gebruikt worden om bezoekersgedrag op anonieme wijze te meten en te analyseren en om de inhoud van de website te verbeteren. Bemerk dat indien u geen cookies wenst te aanvaarden, het mogelijk is dat bepaalde toepassingen op deze website door u niet of niet optimaal toegankelijk zijn.

Print Friendly and PDF NL | FR | EN | DE

DE KOSTEN VAN HET PROCES : DE OUDE ROLRECHTEN VERNIEUWD

31.1.2019

De oude regeling met betrekking tot griffie- en rolrechten is terug van weggeweest, maar in gewijzigde vorm. De regering heeft een nieuwe regeling uitgewerkt die op 1 februari 2019 in werking treedt. Het Grondwettelijke Hof vernietigde immers de voorgaande regeling, ingevoerd bij wet van 28 april 2015 in het arrest nr. 13/2017.

In de nieuwe regeling worden de rolrechten opnieuw berekend aan de hand van de aard van de zaak en het niveau van het gerecht. Vooreerst worden de nieuwe rolrechten verhoogd (e.g. voor de ondernemingsrechtbank van 100 naar 165 EUR). Deze stijging zal voornamelijk voelbaar zijn bij de hogere rechtbanken (e.g. voor het Hof van Beroep van 210 naar 400 EUR). Daarentegen moeten geen rolrechten meer worden betaald bij zaken voor de arbeidsgerechten en in het kader van insolventieprocedures (faillissement en gerechtelijke reorganisatie, boek XX Wetboek Economisch Recht. Wat de soort rol betreft, worden per gerechtelijk niveau dezelfde tarieven toegepast.

De nieuwe wet brengt echter een veel belangrijkere verandering met zich mee. Waar vroeger de griffierechten werden betaald bij de start van de procedure door de eisende partij, worden de rol- en griffierechten vanaf 1 februari bepaald bij de eindbeslissing van de rechter en worden ze ten laste van de veroordeelde partij gelegd. Bij weglating of doorhaling van de rol valt het recht ten laste van de partij die de zaak op de rol heeft gezet. Tegen deze veroordeling staat geen enkel rechtsmiddel meer open.

Het rolrecht is opeisbaar op de datum van de veroordeling en moet, in het uitzonderlijke geval van een beroep met schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, betaald worden binnen een termijn van ten laatste drie maanden vanaf de beroepsakte.

Verder moet het rijksregister- of het ondernemingsnummer van de eisende partij vanaf 1 februari steeds vermeld worden op de gedinginleidende akte. Bij het laattijdig betalen van de rolrechten kan een administratieve boete van minimum 25,00 EUR tot maximum de helft van het rolrecht worden opgelegd.

Bron: Wet van 14 oktober 2018 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek, - en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen, B.S., 20 december 2018.

A PESSIMIST IS ONE WHO MAKES DIFFICULTIES OF HIS OPPORTUNITIES AND AN OPTIMIST IS ONE WHO MAKES OPPORTUNITIES OF HIS DIFFICULTIES.
Harry Truman, 1884 – 1972, 33rd President of the United States.
DE KOSTEN VAN HET PROCES : DE OUDE ROLRECHTEN VERNIEUWD

De oude regeling met betrekking tot griffie- en rolrechten is terug van weggeweest, maar in gewijzigde vorm. De regering heeft een nieuwe regeling uitgewerkt die op 1 februari 2019 in werking treedt. Het Grondwettelijke Hof vernietigde immers de voorgaande regeling, ingevoerd bij wet van 28 april 2015 in het arrest nr. 13/2017.

In de nieuwe regeling worden de rolrechten opnieuw berekend aan de hand van de aard van de zaak en het niveau van het gerecht. Vooreerst worden de nieuwe rolrechten verhoogd (e.g. voor de ondernemingsrechtbank van 100 naar 165 EUR). Deze stijging zal voornamelijk voelbaar zijn bij de hogere rechtbanken (e.g. voor het Hof van Beroep van 210 naar 400 EUR). Daarentegen moeten geen rolrechten meer worden betaald bij zaken voor de arbeidsgerechten en in het kader van insolventieprocedures (faillissement en gerechtelijke reorganisatie, boek XX Wetboek Economisch Recht. Wat de soort rol betreft, worden per gerechtelijk niveau dezelfde tarieven toegepast.

De nieuwe wet brengt echter een veel belangrijkere verandering met zich mee. Waar vroeger de griffierechten werden betaald bij de start van de procedure door de eisende partij, worden de rol- en griffierechten vanaf 1 februari bepaald bij de eindbeslissing van de rechter en worden ze ten laste van de veroordeelde partij gelegd. Bij weglating of doorhaling van de rol valt het recht ten laste van de partij die de zaak op de rol heeft gezet. Tegen deze veroordeling staat geen enkel rechtsmiddel meer open.

Het rolrecht is opeisbaar op de datum van de veroordeling en moet, in het uitzonderlijke geval van een beroep met schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, betaald worden binnen een termijn van ten laatste drie maanden vanaf de beroepsakte.

Verder moet het rijksregister- of het ondernemingsnummer van de eisende partij vanaf 1 februari steeds vermeld worden op de gedinginleidende akte. Bij het laattijdig betalen van de rolrechten kan een administratieve boete van minimum 25,00 EUR tot maximum de helft van het rolrecht worden opgelegd.

Bron: Wet van 14 oktober 2018 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek, - en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen, B.S., 20 december 2018.