COOKIES OP www.astrealaw.be

Astrea gebruikt cookies om er voor te zorgen dat bezoekers op de meest optimale manier gebruik kunnen maken van de toepassingen van deze website. Cookies kunnen ook gebruikt worden om bezoekersgedrag op anonieme wijze te meten en te analyseren en om de inhoud van de website te verbeteren. Bemerk dat indien u geen cookies wenst te aanvaarden, het mogelijk is dat bepaalde toepassingen op deze website door u niet of niet optimaal toegankelijk zijn.

Print Friendly and PDF NL | FR | EN | DE

PROCEDURELE VEREENVOUDIGINGEN EN NIEUWE VRIJSTELLINGSGRONDEN VOOR DE OPMAAK VAN EEN ARCHEOLOGIENOTA

26.7.2017

In het Belgisch Staatsblad van 18 juli 2017 werd het Decreet van 7 juli 2017 houdende wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet gepubliceerd. Dit decreet voert een aantal wijzigingen door aan het Onroerenderfgoed- en het Omgevingsvergunningsdecreet, die wij hieronder voor u samenvatten.

Ten eerste zullen archeologen die aan de erkenningsvoorwaarden van de Vlaamse regering voldoen en in dienst zijn van de gemeente of van een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst, voortaan van rechtswege worden erkend zolang deze archeologen in dienst blijven.

Verder werd ook één en ander procedureel gestroomlijnd voor wat betreft het indienen van een archeologienota bij een vergunningsaanvraag.

Zo kunnen bouwheren voortaan hun vergunningsaanvraag én de ter bekrachtiging ingediende archeologienota gelijktijdig indienen bij de vergunningverlenende overheid, zodat de bouwheer de bekrachtiging van deze archeologienota niet langer moet afwachten. De uiteindelijk bekrachtigde archeologienota dient wel te worden bezorgd aan de vergunningverlenende overheid vóór het verstrijken van de termijn voor de beoordeling van de vergunningsaanvraag. Parallel hiermee werd het Omgevingsvergunningsdecreet aangepast en werd opgenomen dat geen vergunning kan worden verleend voor aanvragen waarvoor een archeologienota vereist is indien de bekrachtigde archeologienota niet tijdig aan de vergunningverlenende overheid werd bezorgd.

Verder kunnen eerder bekrachtigde archeologienota’s eveneens ingediend worden op voorwaarde dat deze betrekking hebben op dezelfde percelen en er geen bijkomende bodemingreep vereist is. De aanvrager dient in dat geval wel aan te tonen dat het maatregelenprogramma dat in deze archeologienota opgenomen werd effectief uitgevoerd is, door bv. aan te tonen dat een archeologierapport ingediend werd bij het Agentschap Onroerend Erfgoed indien het maatregelenprogramma een archeologische opgraving oplegde.

Dit decreet verduidelijkt en wijzigt ook de vrijstellingen voor de opmaak van een archeologienota:

  • Er wordt een bijkomende vrijstelling voorzien voor beperkte aanpassingen en uitbreidingen aan lijninfrastructuur buiten het bestaande gabarit. De oppervlakte van de bodemingreep buiten het gabarit wordt wel beperkt tot  100,00 m² binnen een vastgestelde archeologische zone en tot 1.000,00 m² buiten een vastgestelde archeologische zone of een voorlopig of definitief beschermde archeologische site, op voorwaarde dat de aangevraagde lijninfrastructuur meer dan 1.000,00 meter bedraagt. De vrijstelling voor de opmaak van een archeologienota voor handelingen binnen het gabarit van bestaande lijninfrastructuur blijft uiteraard behouden.
  • Voor het louter verbouwen of herbouwen van een bestaande constructie zonder bijkomende bodemingreep en voor de regularisatie van vergunningsplichtige projecten waarbij alle bodemingrepen reeds voltrokken zijn, geldt voortaan ook een vrijstelling voor de opmaak van een archeologienota.
  • Voor handelingen die kaderen in verbeterd bodembeheer en die louter betrekking hebben op reliëfwijzigingen in agrarisch gebied, dient evenmin een archeologienota te worden opgemaakt, op voorwaarde dat deze handelingen niet gelegen zijn in een archeologische zone of een voorlopig of definitief beschermde archeologische site en deze reliëfwijziging het gevolg is van een afgraving van teelaarde tot 40,00 centimeter en de latere toevoeging met dezelfde teelaarde.
  • Voor verkavelingsaanvragen wordt verduidelijkt dat voor de berekening van de oppervlaktebeperkingen (300,00 m² binnen resp. 3.000,00 m² buiten een vastgestelde archeologische zone) enkel rekening dient te worden gehouden met de oppervlakte van de terreinen waarop werkzaamheden uitgevoerd worden voor het bouwrijp maken van de verkaveling en met de oppervlakte van de kavels die verkocht of verhuurd zullen worden, waarop een recht van erfpacht of opstal zal gevestigd worden of waarvoor één van die overdrachtsvormen zal worden aangeboden met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies.
  • Voor het bijstellen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden dient geen archeologienota te worden opgemaakt, op voorwaarde dat er geen bijkomende bodemingrepen zullen plaatsvinden.

Dit wijzigingsdecreet treedt retroactief in werking op 1 juni 2017, en zal dus van toepassing worden op alle lopende vergunningsprocedures. Bovendien wordt uitdrukkelijk verduidelijkt dat deze nieuwe regels ook van toepassing zullen zijn op vergunningsaanvragen die nog volgens de VCRO worden afgehandeld.

Voor meer informatie kan u steeds terecht bij Ciska Servais (cs@astrealaw.be) of Philippe Van Wesemael (pvw@astrealaw.be).

PROCEDURELE VEREENVOUDIGINGEN EN NIEUWE VRIJSTELLINGSGRONDEN VOOR DE OPMAAK VAN EEN ARCHEOLOGIENOTA

In het Belgisch Staatsblad van 18 juli 2017 werd het Decreet van 7 juli 2017 houdende wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet gepubliceerd. Dit decreet voert een aantal wijzigingen door aan het Onroerenderfgoed- en het Omgevingsvergunningsdecreet, die wij hieronder voor u samenvatten.

Ten eerste zullen archeologen die aan de erkenningsvoorwaarden van de Vlaamse regering voldoen en in dienst zijn van de gemeente of van een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst, voortaan van rechtswege worden erkend zolang deze archeologen in dienst blijven.

Verder werd ook één en ander procedureel gestroomlijnd voor wat betreft het indienen van een archeologienota bij een vergunningsaanvraag.

Zo kunnen bouwheren voortaan hun vergunningsaanvraag én de ter bekrachtiging ingediende archeologienota gelijktijdig indienen bij de vergunningverlenende overheid, zodat de bouwheer de bekrachtiging van deze archeologienota niet langer moet afwachten. De uiteindelijk bekrachtigde archeologienota dient wel te worden bezorgd aan de vergunningverlenende overheid vóór het verstrijken van de termijn voor de beoordeling van de vergunningsaanvraag. Parallel hiermee werd het Omgevingsvergunningsdecreet aangepast en werd opgenomen dat geen vergunning kan worden verleend voor aanvragen waarvoor een archeologienota vereist is indien de bekrachtigde archeologienota niet tijdig aan de vergunningverlenende overheid werd bezorgd.

Verder kunnen eerder bekrachtigde archeologienota’s eveneens ingediend worden op voorwaarde dat deze betrekking hebben op dezelfde percelen en er geen bijkomende bodemingreep vereist is. De aanvrager dient in dat geval wel aan te tonen dat het maatregelenprogramma dat in deze archeologienota opgenomen werd effectief uitgevoerd is, door bv. aan te tonen dat een archeologierapport ingediend werd bij het Agentschap Onroerend Erfgoed indien het maatregelenprogramma een archeologische opgraving oplegde.

Dit decreet verduidelijkt en wijzigt ook de vrijstellingen voor de opmaak van een archeologienota:

  • Er wordt een bijkomende vrijstelling voorzien voor beperkte aanpassingen en uitbreidingen aan lijninfrastructuur buiten het bestaande gabarit. De oppervlakte van de bodemingreep buiten het gabarit wordt wel beperkt tot  100,00 m² binnen een vastgestelde archeologische zone en tot 1.000,00 m² buiten een vastgestelde archeologische zone of een voorlopig of definitief beschermde archeologische site, op voorwaarde dat de aangevraagde lijninfrastructuur meer dan 1.000,00 meter bedraagt. De vrijstelling voor de opmaak van een archeologienota voor handelingen binnen het gabarit van bestaande lijninfrastructuur blijft uiteraard behouden.
  • Voor het louter verbouwen of herbouwen van een bestaande constructie zonder bijkomende bodemingreep en voor de regularisatie van vergunningsplichtige projecten waarbij alle bodemingrepen reeds voltrokken zijn, geldt voortaan ook een vrijstelling voor de opmaak van een archeologienota.
  • Voor handelingen die kaderen in verbeterd bodembeheer en die louter betrekking hebben op reliëfwijzigingen in agrarisch gebied, dient evenmin een archeologienota te worden opgemaakt, op voorwaarde dat deze handelingen niet gelegen zijn in een archeologische zone of een voorlopig of definitief beschermde archeologische site en deze reliëfwijziging het gevolg is van een afgraving van teelaarde tot 40,00 centimeter en de latere toevoeging met dezelfde teelaarde.
  • Voor verkavelingsaanvragen wordt verduidelijkt dat voor de berekening van de oppervlaktebeperkingen (300,00 m² binnen resp. 3.000,00 m² buiten een vastgestelde archeologische zone) enkel rekening dient te worden gehouden met de oppervlakte van de terreinen waarop werkzaamheden uitgevoerd worden voor het bouwrijp maken van de verkaveling en met de oppervlakte van de kavels die verkocht of verhuurd zullen worden, waarop een recht van erfpacht of opstal zal gevestigd worden of waarvoor één van die overdrachtsvormen zal worden aangeboden met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies.
  • Voor het bijstellen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden dient geen archeologienota te worden opgemaakt, op voorwaarde dat er geen bijkomende bodemingrepen zullen plaatsvinden.

Dit wijzigingsdecreet treedt retroactief in werking op 1 juni 2017, en zal dus van toepassing worden op alle lopende vergunningsprocedures. Bovendien wordt uitdrukkelijk verduidelijkt dat deze nieuwe regels ook van toepassing zullen zijn op vergunningsaanvragen die nog volgens de VCRO worden afgehandeld.

Voor meer informatie kan u steeds terecht bij Ciska Servais (cs@astrealaw.be) of Philippe Van Wesemael (pvw@astrealaw.be).