COOKIES OP www.astrealaw.be

Astrea gebruikt cookies om er voor te zorgen dat bezoekers op de meest optimale manier gebruik kunnen maken van de toepassingen van deze website. Cookies kunnen ook gebruikt worden om bezoekersgedrag op anonieme wijze te meten en te analyseren en om de inhoud van de website te verbeteren. Bemerk dat indien u geen cookies wenst te aanvaarden, het mogelijk is dat bepaalde toepassingen op deze website door u niet of niet optimaal toegankelijk zijn.

Print Friendly and PDF NL | FR | EN | DE

EEN NIEUW MIJLPAALARREST INZAKE INTRACOMMUNAUTAIRE ZETELVERPLAATSING, EN HET DEFINITIEVE EINDE VAN DE WERKELIJKE ZETELLEER?

27.10.2017

Naar aanleiding van een prejudiciële vraag van een Poolse rechter, heeft het Europese Hof van Justitie een belangrijk arrest geveld op 25 oktober 2017 inzake intracommunautaire zetelverplaatsing (C-106/16).

De aandeelhouders van een Poolse vennootschap opgericht naar Pools recht wensten de statutaire zetel van de vennootschap te verplaatsen naar Luxemburg om onder het aldaar geldende recht te vallen, doch zonder verplaatsing van de werkelijke zetel. Bijgevolg verzocht men de schrapping uit het Poolse handelsregister.

Het Poolse recht vereist echter de ontbinding van de vennootschap en de daarbij horende documenten om uit het handelsregister geschrapt te kunnen worden.

De aandeelhouders merkten op dat de naleving van deze vereisten niet nodig, noch mogelijk waren, aangezien zij haar rechtspersoonlijkheid niet had verloren.

De zaak is tot bij de hoogste rechter in Polen geraakt, die van het Hof van Justitie wenste te vernemen of het opleggen aan de vennootschap van verplichtingen die analoog zijn met de verplichtingen waaraan moet worden voldaan om een einde te maken aan haar wettelijk bestaan als vennootschap, haar vrijheid van vestiging onrechtmatig beperkt.

Volgens het Hof valt de verplaatsing van de statutaire zetel van een vennootschap naar een andere lidstaat zonder verplaatsing van de werkelijke zetel onder de vrijheid van vestiging. De oorspronkelijke lidstaat moet schrapping van de vennootschap uit het handelsregister toestaan zonder de vennootschap te liquideren.

Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat de Belgische wetgever deze Europese strekking inzake de werkelijke- vs. statutaire zetelleer volgt in het nieuwe wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De werkelijke zetelleer wordt immers afgeschaft en in de plaats daarvan kiest de Belgische wetgever voor de statutaire zetelleer. Het WVV treedt in werking op de eerste dag van het boekjaar na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad + 1 jaar (en zal dus niet voor elke vennootschap op hetzelfde moment gebeuren). Dit nieuwe wetboek zal voor veel nieuwe mogelijkheden, doch ook wijzigingen zorgen in het huidige Belgische vennootschapsrecht. Opvolging van het ontwerp is bijgevolg een noodzaak.

EEN NIEUW MIJLPAALARREST INZAKE INTRACOMMUNAUTAIRE ZETELVERPLAATSING, EN HET DEFINITIEVE EINDE VAN DE WERKELIJKE ZETELLEER?

Naar aanleiding van een prejudiciële vraag van een Poolse rechter, heeft het Europese Hof van Justitie een belangrijk arrest geveld op 25 oktober 2017 inzake intracommunautaire zetelverplaatsing (C-106/16).

De aandeelhouders van een Poolse vennootschap opgericht naar Pools recht wensten de statutaire zetel van de vennootschap te verplaatsen naar Luxemburg om onder het aldaar geldende recht te vallen, doch zonder verplaatsing van de werkelijke zetel. Bijgevolg verzocht men de schrapping uit het Poolse handelsregister.

Het Poolse recht vereist echter de ontbinding van de vennootschap en de daarbij horende documenten om uit het handelsregister geschrapt te kunnen worden.

De aandeelhouders merkten op dat de naleving van deze vereisten niet nodig, noch mogelijk waren, aangezien zij haar rechtspersoonlijkheid niet had verloren.

De zaak is tot bij de hoogste rechter in Polen geraakt, die van het Hof van Justitie wenste te vernemen of het opleggen aan de vennootschap van verplichtingen die analoog zijn met de verplichtingen waaraan moet worden voldaan om een einde te maken aan haar wettelijk bestaan als vennootschap, haar vrijheid van vestiging onrechtmatig beperkt.

Volgens het Hof valt de verplaatsing van de statutaire zetel van een vennootschap naar een andere lidstaat zonder verplaatsing van de werkelijke zetel onder de vrijheid van vestiging. De oorspronkelijke lidstaat moet schrapping van de vennootschap uit het handelsregister toestaan zonder de vennootschap te liquideren.

Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat de Belgische wetgever deze Europese strekking inzake de werkelijke- vs. statutaire zetelleer volgt in het nieuwe wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De werkelijke zetelleer wordt immers afgeschaft en in de plaats daarvan kiest de Belgische wetgever voor de statutaire zetelleer. Het WVV treedt in werking op de eerste dag van het boekjaar na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad + 1 jaar (en zal dus niet voor elke vennootschap op hetzelfde moment gebeuren). Dit nieuwe wetboek zal voor veel nieuwe mogelijkheden, doch ook wijzigingen zorgen in het huidige Belgische vennootschapsrecht. Opvolging van het ontwerp is bijgevolg een noodzaak.