COOKIES OP www.astrealaw.be

Astrea gebruikt cookies om er voor te zorgen dat bezoekers op de meest optimale manier gebruik kunnen maken van de toepassingen van deze website. Cookies kunnen ook gebruikt worden om bezoekersgedrag op anonieme wijze te meten en te analyseren en om de inhoud van de website te verbeteren. Bemerk dat indien u geen cookies wenst te aanvaarden, het mogelijk is dat bepaalde toepassingen op deze website door u niet of niet optimaal toegankelijk zijn.

Print Friendly and PDF NL | FR | EN | DE

WCO EN COLLECTIEF AKKOORD: SCHULDEISERS ZEGGEN JA, KOOPHANDEL ZEGT NEEN, HOF VAN BEROEP ZEGT JA

HET PROBLEEM

Astrea werd gevraagd hoger beroep in te stellen tegen een vonnis van de Rechtbank van Koophandel dat weigerde het reorganisatieplan van een aannemer te homologeren wegens “schending van de pleegvormen”. Er was een probleem met de lijst van de schuldeisers bij het reorganisatieplan. De rechtbank vond dat ze streng moest zijn en de aannemer uit het handelsverkeer moest nemen.

DE OPLOSSING

Voor het Hof van Beroep argumenteerde Astrea dat niet elke schending (if at all) het einde van de onderneming en zijn reorganisatie hoeft te betekenen, zeker niet als er geen gevolgen zijn voor de stemming door de schuldeisers. De rechtbank had de schuldeiser in kwestie immers wel toegelaten om te stemmen en toch vond de Rechtbank dat de homologatie geweigerd moest worden. Het Hof van Beroep wees deze inconsequentie terecht en volgde de argumenten van Astrea. En de aannemer, hij bouwde voort.

HET PROBLEEM

Astrea werd gevraagd hoger beroep in te stellen tegen een vonnis van de Rechtbank van Koophandel dat weigerde het reorganisatieplan van een aannemer te homologeren wegens “schending van de pleegvormen”. Er was een probleem met de lijst van de schuldeisers bij het reorganisatieplan. De rechtbank vond dat ze streng moest zijn en de aannemer uit het handelsverkeer moest nemen.

DE OPLOSSING

Voor het Hof van Beroep argumenteerde Astrea dat niet elke schending (if at all) het einde van de onderneming en zijn reorganisatie hoeft te betekenen, zeker niet als er geen gevolgen zijn voor de stemming door de schuldeisers. De rechtbank had de schuldeiser in kwestie immers wel toegelaten om te stemmen en toch vond de Rechtbank dat de homologatie geweigerd moest worden. Het Hof van Beroep wees deze inconsequentie terecht en volgde de argumenten van Astrea. En de aannemer, hij bouwde voort.